Categorie archief: Pleidooi John Peters hoger beroep

Pleidooi John Peters in het hoger beroep

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, PLEITNOTA
Locatie Arnhem

Parketnummer: 21/004376-13

Zitting: Inzake:
22 juli 2014 te 11.30 uur

D V,
thans verblijvende in de
P.I. Zwolle,

verdachte,

advocaat:
mr. J. Peters

tegen:

Openbaar Ministerie,

Advocaat-Generaal

_______________________

Pleitnotities mr. J. Peters
De meervoudige strafkamer van de rechtbank te Almelo, heeft op 9 april 2013 cliënt, DV, geboren op 7 november te Almelo, thans verblijvende in P.I. Zwolle, ter zake van de aan hem ten laste gelaste gelegde feiten (moord/doodslag) veroordeeld tot negen jaren gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging.

Cliënt ontkent gemotiveerd de beschuldigingen.

Deze pleitnota in hoger beroep is opgebouwd aan de hand van het rechterlijk beslismodel van artikel 348 en artikel 350 van het Wetboek van Strafvordering, in het kader van het voortbouwend appel.

Alvorens in te gaan op het vonnis van de rechtbank Almelo en het kenbaar maken van de grieven daartegen, meent de verdediging dat op zijn plaats is nogmaals in het kort de feiten en omstandigheden aan te geven rondom de dood van Nathalie Weinreder, op basis waarvan het onderzoek, aanvankelijk is gestart.

Daarna zal de verdediging allereerst de wijze van opsporingsonderzoek en de tekortkomingen daarvan bespreken alvorens in te gaan op de bewijsoverweging van de rechtbank.

Bovendien verzoekt de verdediging uw hof mijn pleitnotitie uitgesproken op 14 maart 2013 als herhaald, voorgedragen en ingelast te beschouwen.
Desondanks zal het voor mijn betoog van vandaag noodzakelijk zijn enkele passages van de pleit uit eerste aanleg u nogmaals voor het houden.

Inleiding

Op zondag 12 december 2010 omstreeks 13.30 uur wordt door de moeder van Nathalie Weinreder het stoffelijk overschot van haar dochter aangetroffen in de woning aan de Brederostraat 15 te Almelo. De jonge vrouw ligt levenloos op de grond. Zij is op dat moment gekleed in een rood shirt met glinsterende pailletjes, met daaroverheen een vestje, een broek en laarzen. Om 14.00 uur diezelfde middag al start het politieonderzoek.
Als eerste wordt de moeder van het slachtoffer gehoord. Tegenover de ter plekke aanwezige verbalisanten verklaard zij onder andere haar dochter dood te hebben aangetroffen. Haar dochter had koud en stijf aangevoeld. Dit laatste zegt iets over het tijdstip van overlijden. Vervolgens is mevrouw De Groot naar boven gegaan om haar kleindochter, de dochter van Nathalie, te zoeken welke zij aantrof in haar bedje. Zij droeg een luier en daaroverheen haar pyjama. De luier van het kindje was enigszins nat, maar niet heel zwaar. En dit na zo’n 40 uur zonder eten en drinken te hebben doorgebracht. Althans uit het dossier blijkt niet het tegengestelde. Nader onderzoek aan de luier had wellicht nog sporen opgeleverd. Deze opsporing is verzuimd.
Het tijdstip van overlijden van Nathalie Weinreder kan niet exact vastgesteld worden. Uitgaande van alle feitelijkheden en opvattingen van deskundigen in dit dossier, is naar alle waarschijnlijkheid, de dood van Nathalie ingetreden in de nacht van vrijdag 10 december op zaterdag 11 december 2010 en is zij door wurging op het leven gekomen. Al direct na het arriveren van de politie omstreeks 14.00 uur in de woning van Nathalie Weinreder, verklaart de moeder van het slachtoffer tegenover de aanwezige verbalisanten dat: “Dennis het gedaan moet hebben”. Zij heeft het dan over Dennis Velthuis. In haar ogen de ex-vriend van haar dochter Nathalie. Zij was er klaarblijkelijk nog niet van op de hoogte dat Dennis en Nathalie al weer enige tijd een (seksuele) relatie hadden. Vanaf dat moment zijn alle pijlen gericht op Dennis. Al aan het eind van de middag van 12 december 2010 wordt Dennis geobserveerd en uiteindelijk om 21.28 uur die avond aangehouden als enige verdachte. En hij zal ondanks alles de enige verdachte blijven in deze zaak. Het is voor de politie en justitie een beklonken zaak. Dennis heeft maanden daarvoor nog een ruit ingeslagen bij de woning van Nathalie. Het kan dus niemand anders geweest zijn dan Dennis, aldus de redenering van politie en justitie. Als tijdens het onderzoek al snel komt vast te staan dat Dennis rondom het tijdstip van overlijden geen alibi heeft, is alles zo klaar als een klontje.
I. Het opsporingsonderzoek

De uitgangspunten met betrekking tot opsporing van het College van PG’s zijn aangegeven in richtlijnen. Met betrekking tot opsporings-verplichtingen aangaande, stelt het College van PG’s o.a. dat “.. de voor de hand liggende vuistregel is dat hoe ernstiger het feit hoe meer moet worden gedaan om de zaak op te helderen”, (Aanwijzing voor de opsporing 1 maart 2003 College PG’s). Ook zijn er goede voornemens van het Ministerie van Justitie om na de “Schiedammer parkmoord” te komen tot een hoogwaardige waarheidsvinding, opsporing en vervolging. Dit is verwoord in het rapport “Programma Versterking Opsporing en Vervolging”. Deze aspecten zijn niet terug te vinden in het handelen van het Openbaar Ministerie en de politie in deze zaak tijdens het vooronderzoek in eerste aanleg. Het rapport stelt namelijk nadrukkelijk dat: “het zoeken naar de waarheid en het op grond daarvan het vervolgen van verdachten, de core business is van het Openbaar Ministerie”. Dit betekent aldus het rapport: “dat er sprake moet zijn van een open organisatie waar nagedacht wordt of de juiste verdachte is opgespoord. Twijfels worden besproken met collega’s, waar tijdig voorzien wordt op tegenspraak daar waar nodig. Deze beslissingen dienen te worden opgenomen in het Openbaar Ministerie journaal …”. (College van PG mei 2010 pag. 11).

Een aantal voorbeelden van opsporingsverzuimen in deze zaak:

– de belangrijkste tekortkoming betreft, althans in de ogen van de verdediging, het niet verder uitrechercheren van ook andere mannelijke personen waarmee Nathalie omgang had en die vanwege de door hen afgelegde verklaringen een redelijk vermoeden van schuld op zich hebben geladen met betrekking tot de dood van Nathalie Weinreder. De belangrijkste persoon die nader uitgerechercheerd had dienen te worden betreft Potentiele kandidaat of te wel (bijnaam). Deze legt op 20 december 2010, 22 december 2010 en 14 januari 2011 verklaringen van in totaal ruim 80 pagina’s ondanks dat deze verklaringen bol staan van tegenstrijdigheden in relatie tot verklaringen die door andere getuigen zijn afgelegd. Desondanks blijft niet uit gerechercheerde potentiële kandidaat slechts als getuige aangemerkt in plaats van verdachte. Naast de door niet uit gerechercheerde potentiële kandidaat verwoorde tegenstrijdigheden is tevens opvallend te noemen dat hij over zeer veel daderschap beschikte en zich jegens Nathalie aantoonbaar dreigend uitlaat. Die communicatie tussen niet uit gerechercheerde potentiële kandidaat en Nathalie Weinreder en zijn verklaringen bij de politie spreken wat dat betreft boekdelen. Daarnaast zijn diverse verklaringen met betrekking tot feitelijke handelingen welke niet uit gerechercheerde potentiële kandidaat veronderstelt te hebben gepleegd, niet nader onderzocht. Te denken hierbij valt onder andere aan het kopen van een treinkaartje door Potentiële kandidaat op de avond van de dood van Nathalie en het vertrek naar Hengelo, en het lopen door de straat van Nathalie op de avond/nacht van haar dood. Te denken valt ook aan de foto’s van Nathalie met enerzijds Potentiële kandidaat en anderzijds (getuige1) welke zich nota bene bevonden op een door de politie in beslag genomen telefoontoestel, welke foto’s echter in eerste aanleg door het Openbaar Ministerie niet aan het dossier zijn toegevoegd. Dit is gedaan door de verdediging zelf. De 4 telefoontoestellen die in eerste aanleg in beslag zijn genomen, zijn na ruim een jaar zonder onderzoek teruggegeven aan de moeder van het slachtoffer. Dit jaar, ruim 2 jaar later, zijn op verzoek van de Advocaat-Generaal 2 van de 4 mobiele telefoons, waarmee foto’s zijn gemaakt, wederom in beslag genomen. Als gevolg van het verzuim in eerste aanleg zijn de nu gevonden extra foto’s nimmer onderdeel geweest van het onderzoek in eerste aanleg. Bovendien blijft het uiteraard de vraag of er al dan niet foto’s zijn verwijderd in de tussenliggende periode. Ook is het onbegrijpelijk te noemen dat er nimmer onderzoek is gedaan in eerste aanleg naar de harde schijven van de in beslag genomen computers van Nathalie Weinreder en Sylvia. Dit vanwege het communicatieverkeer tussen Nathalie en Potentiële kandidaat vanaf de computer van Sylvia. Ook wordt er totaal voorbij gegaan aan het feit dat er ook van Potentiële kandidaat DNA-sporen aan de kleding van Nathalie Weinreder zijn aangetroffen.

Al deze tekortkomingen in het onderzoek waren voor de verdediging de reden om tijdens de regiezitting van 26 februari 2013, een moment dat deze verdediging pas 4 weken de beschikking had over het proces-dossier, een aantal verzoeken te doen aan de rechtbank, welke onderzoeken een bijdrage zouden leveren aan de waarheidsvinding in deze complexe strafzaak. De rechtbank heeft al deze verzoeken afgewezen. Het betreft overigens de verzoeken die ik in hoger beroep wederom heb gedaan nu aan uw hof. Uw hof vond het, in tegenstelling tot de rechtbank, wel noodzakelijk al deze onderzoeksverzoeken toe te wijzen, waarvoor mijn dank ook namens cliënt. Tevens heeft cliënt zich op verzoek van uw Hof bereid verklaard mee te werken aan een observatie in het Pieter Baan Centrum. De opeenstapeling van opsporingsverzuimen in het voorbereidend opsporingsonderzoek hebben gemaakt dat ik in eerste aanleg heb verzocht het Openbaar Ministerie, omwille grove veronachtzaming, niet-ontvankelijk te verklaren. Het Openbaar Ministerie heeft in deze zaak in eerste aanleg niet de verantwoordelijkheid genomen die het diende te nemen, hierbij wederom verwijzend naar de richtlijnen van het College van PG’s en het genoemde rapport. Het Openbaar Ministerie wilde gewoon niet. Het verhaal van de Officier van Justitie bleef er een van aannames, veronderstellingen en een verkeerde weergave van feitelijkheden. Je kunt dit ook noemen: “inkleuren van een dossier.” Een mooi voorbeeld hiervan is, welk de verdediging u toch niet wil onthouden, het uitluisteren en uitwerken van een getapt telefoongesprek tussen Dennis en zijn tante Karin tijdens de zitting in eerste aanleg. Het Openbaar Ministerie bleef volhouden dat Dennis tijdens het gesprek zou hebben gezegd: “Maar ik heb haar nog bedreigd met een mes”. Na onderzoek door het u wel bekende NFO blijkt de werkelijke tekst te zijn: “Ik heb haar nog nooit bedreigd met een mes”. Onderzoek van de band door het NFO en het beluisteren van het hele gesprek heeft uitgewezen dat de woord “nooit” nauwelijks te horen waren, omdat het volume daarvan vele malen lager was, dan de andere uitgesproken tekst. Bovendien was op deze plek op de band een klik te horen. Het NFO vindt deze waarneming, net als de verdediging, merkwaardig, doch kan zich niet uitlaten hoe dit verschijnsel tot stand is gekomen.

De rechtbank was van oordeel dat er daarentegen wel goed en uitgebreid onderzoek gedaan was in deze zaak. Van een niet-ontvankelijkheid kon geen sprake zijn. Het Openbaar Ministerie had middels haar onderzoek géén afbreuk gedaan aan het recht van Dennis op een eerlijke behandeling in de zin van artikel 6 EVRM. Immers, zo stelde de rechtbank in het vonnis: “Er is uitgebreid onderzoek gedaan naar personen die met Nathalie Weinreder in verband konden worden gebracht. De “where abouts” van personen die op basis van telecom onderzoek of getuigenverklaringen op de avond van 10 december 2010 in relatie met Nathalie Weinreder konden worden gebracht, zijn uitvoerig nagetrokken en de desbetreffende personen zijn door de politie gehoord. Voor zover de raadsman heeft gesteld dat de politie nalatig is geweest met het onderzoeken van andere scenario’s, mist dit betoog gelet op het uitgebreide onderzoek op dat punt, dan ook feitelijke grondslag. Het dossier biedt ook overigens geen aanknopingspunten voor de stelling van de raadsman dat ernstige inbreuk is gemaakt op beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust, dan wel met grove veronachtzaming van de belangen van cliënt aan zijn recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan, zodat het niet-ontvankelijkheidsverweer moet worden verworpen”.

Het blijft voor de verdediging een groot raadsel op basis waarvan de rechtbank kan stellen dat alle getuigenverklaringen en relevante computer en telecommunicatie uitvoerig zijn nagetrokken. De verdediging blijft stellen dat de politie wel degelijk nalatig is geweest met betrekking tot het onderzoeken van nadere mogelijke scenario’s. Dit is gewoonweg tot de dag van vandaag niet geheel gebeurd. Hierbij valt vooral de zeer uitgebreide getuigeverklaringen van Potentiele kandidaat op, waarin hij over feiten en handelingen verklaart die geheel tegenstrijdig zijn met de verklaringen hierover van andere getuigen. De verdediging neemt aan dat uw hof deze verklaringen nauwgezet heeft bestudeerd. Er is naar Potentiele kandidaat in het geheel geen onderzoek gedaan als verdachte. Sterker nog, tijdens de uitgebreide verklaring die Potentiele kandidaat aflegde deelde verbalisanten aan hem mee: “We willen er zeker van zijn dat jij er niets mee te maken hebt, anders houden wij roddels. We willen je uitsluiten als verdachte (proces-verbaal C, pag. 143)”. En dit terwijl daar alle aanleiding voor was om hem wel als kandidaat te beschouwen. Alle feiten en omstandigheden waren aanwezig om Potentiële kandidaat, uiteindelijk, niet als getuige maar kandidaat te beschouwen, waarover straks meer. Dit blijft voor de verdediging en cliënt in deze zaak, en de verdediging zeg het hardop: een grote frustratie en het Openbaar Ministerie heeft klaarblijkelijk in het geheel nog niets geleerd van het voortgekomen voornemen als gevolg van de missers in de Schiedammer parkmoord. Klaarblijkelijk vindt noch het Openbaar Ministerie en vond noch de rechtbank het nodig acht te slaan op waarheidsvinding en nieuwe richtlijnen in ernstige zaken als gevolg van de misser in de Schiedammer parkmoord. Het hierboven betoogde, betreft dan ook mijn eerste grief tegen het vonnis van de rechtbank.

Nu uw hof daarentegen wel is ingegaan op de verzoeken van de verdediging tot nader onderzoek, dient bezien te worden in hoeverre er sprake is van een herstel van de vorm verzuimen gepleegd tijdens de opsporing in eerste aanleg. Ook is de Advocaat-Generaal zelf nog doorgegaan met nader onderzoek, zeker daar waar het betreft de al in 2010 in beslag genomen telefoontoestellen die in het huis van Nathalie Weinreder aanwezig waren, waarop tevens foto’s mee zouden zijn gemaakt. Dit initiatief valt alleen maar toe te juichen. Het blijft echter wederom een groot raadsel waarom Potentiële kandidaat ook nu nog steeds niet als kandidaat, nader aan de tand is gevoeld. Dit is in strijd met de verplichting te streven naar waarheidsvinding zoals ook voorgeschreven door het College van Procureur-Generaal. Het is bovendien in strijd met de beginselen die voortvloeien uit artikel 6 EVRM met betrekking tot een eerlijk proces voor cliënt. Dat de beginselen van het recht op een eerlijk proces gelden, in ieder geval, vanaf het moment dat er sprake is van “criminal charge” blijkt uit de uitspraak van het Europese Hof van de Rechten van de Mens van 24 november 1993, Imbrioscia vs. Zwitserland, NJ 1994, 459 met noot G. Knigge. Hierin overweegt het Europese Hof dat:

“De eisen uit art. 6 EVRM – in het bijzonder die uit het 3e lid – ook relevant kunnen zijn voordat een zaak ter zitting komt indien en zover door de niet-naleving ervan in die fase de eerlijkheid van het proces waarschijnlijk serieus zal worden ondermijnd.”

Kortom: de Imbrioscia regel stelt dat indien in het vooronderzoek relevante zaken niet worden onderzocht, als gevolg waarvan de eerlijkheid van het proces in het gedrang zal komen, er sprake van schending van art. 6 EVRM. Dat hier in ieder geval in eerste aanleg relevante onderzoeken zijn verzuimd dan wel relevante en voor cliënt ontlastende onderzoeksresultaten niet aan het dossier zijn toegevoegd welke de eerlijkheid van dit proces in het gedrang hebben gebracht zal ik nogmaals duidelijk maken. Tevens zal beoordeeld moeten worden of de door uw Hof opgedragen aanvullende onderzoeken alle verzuimen gepleegd in eerste aanleg hebben hersteld.

Daarom zal de verdediging nu de resultaten van de onderzoeken gedaan na eerste aanleg bespreken en deze in het licht van de gepleegde verzuimen bezien. Uiteraard kan dit wellicht ook materiele verweren van de verdediging (gedaan in eerste aanleg) raken, als ook de materiele bewijsoverwegingen van de rechtbank. Echter, daarop zal vooralsnog niet worden ingegaan. Eerst zal de verdediging naar aanleiding van de resultaten van de gedane onderzoeken, een conclusie trekken met betrekking tot gepleegde vormverzuimen en het al dan niet herstel hiervan.

Actuele onderzoeksresultaten

1. De rozenkrans (proces-verbaal, 9 mei 2014)

Uit het nader onderzoek naar de kralen aangetroffen in het braaksel van de hond in december 2010. Uit actueel onderzoek volgt, in tegenstelling tot datgeen in 2010 werd beweerd, dat de kralen aangetroffen in het braaksel van de hond niet afkomstig zijn van de oorbellen van Nathalie Weinreder maar kralen betreffen van een soort van rozenkransketting (onderzoek 3 april 2014). Naar aanleiding van deze conclusie worden er nog twee getuigen gehoord en wel de moeder en broer van Nathalie Weinreder die verklaren dat hun de ketting niet bekend voorkwam en dat Nathalie nooit zulke kettingen droeg. Het is wel merkwaardig te noemen dat de aanvankelijke oorbellen nu, na 3,5 jaar, een rozenkrans wordt om dit vervolgens te kunnen koppelen aan de uitspraak van de oma van Dennis die verklaart dat Dennis een rozenkrans uit Lourdes droeg. Het verworden van een oorbel tot rozenkrans is niet alleen merkwaardig te noemen, maar in dit verband feitelijk onjuist. Als goed katholiek opgevoede jongen kan ik u zeggen dat de ketting waarover wij hier spreken en welke te zien is op de toegezonden afbeelding, in ieder geval géén katholieke rozenkrans betreft. Daarom zal de verdediging u hier een echte rozenkrans laten zien. Dit is de rozenkrans waarover de oma van Dennis spreekt. Dennis draagt deze rozenkrans die hij heeft gekregen, vandaag nog steeds. Hij kan het u laten zien. Dit laatste betreft natuurlijk een materieel verweer. Echter, wat het formele betreft met betrekking tot het onderzoek van de oorbel/ketting/rozenkrans, who name it, kan wel het volgende opgemerkt worden. De foto’s die wij aangeboden hebben gekregen komen in kleur niet overeen met de werkelijke kleuren van de vloerbedekking, bank en ketting met kralen. Door overbelichting is het allemaal erg blauw geworden. In werkelijkheid zijn de vloerbedekking en bank bruin van kleur. Een centrale vraag omtrent dit onderzoek is: vallen er na bijna 3,5 jaar na datum delict nog dezelfde onderzoeksresultaten te behalen met onderzoek aan de ketting als 3,5 jaar geleden. De verdediging meent van niet. Veel sporen zullen verloren zijn gegaan, behoudens aanwezige DNA-sporen. Klaarblijkelijk is dit laatste voor de Advocaat-Generaal aanleiding geweest om nader DNA-onderzoek noodzakelijk te vinden.
Het onderzoek is gelukkig voltooid voor deze zitting en uit de resultaten blijkt dat er geen DNA-sporen van Dennis op de veronderstelde rozenkrans zijn gevonden. Overigens, indien op de kraal wel sporen van Dennis zouden zijn aangetroffen, dan zou dit in het geheel nog niets zeggen over de delict-gerelateerdheid. Een DNA-onderzoek van de delict-gerelateerdheid van de gevonden sporen is hoewel verzocht door het NFI niet verricht.

In relatie tot de laatste actuele verklaringen afgelegd door Ria de Groot en de broer van Nathalie, die zeggen dat Nathalie niet over dergelijke sieraden als een rozenkrans beschikte, kan gemeld worden dat in tegenspraak is met datgeen Ria de Groot in eerdere verklaring hierover heeft verklaard (proces-verbaal G1, pag. 467 t/m 469). Immers, aan de muur van de woning van Nathalie hing een ketting met een kruis. Deze kralenketting had bruine kraaltjes. De gevonden ketting in het braaksel van de hond kan in tegenstelling tot de overbelichte foto, die ons is overhandigd, heel goed bruin zijn in plaats van blauw/paars. Immers, de vloerbedekking is feitelijk bruin van kleur als ook de bank. Op de foto’s hebben ze allemaal de kleur blauw/paars.

Waar de verdediging nog een opmerking aan wil wijden is een voorval van vorige week woensdag, de dag dat de verdediging het DNA-onderzoek aan de veronderstelde rozenkrans al had ontvangen, en waaruit bleek, geen sporen van Dennis op aan zijn getroffen. De politie kon (waar de verdediging aanneemt in opdracht van het Openbaar Ministerie) het met die wetenschap toch niet nalaten twee politiemensen op de oma van Dennis af te sturen en haar nogmaals te confronteren met een foto van de zogenaamde rozenkrans. Of zij deze herkende en of dit niet de rozenkrans van Dennis was waarover zij had verklaard. En dit terwijl ook justitie en politie er al van op de hoogte waren dat er geen sporen van Dennis op waren aangetroffen. Een schande vind ik het om niet alleen de oude vrouw nog eens lastig te vallen hierover, maar bovendien ook nog aan haar te melden (nadat ze had verklaard dat de rozenkrans op de foto niet die van Dennis is), dat ze wel goed moet nadenken wat ze zei, want er was wel heel veel DNA van Dennis aangetroffen. De tijd had beter gestopt kunnen worden in onderzoeken in deze zaak die er echt toe doen in het kader van de waarheidsvinding. Nee, het enige dat het Openbaar Ministerie wil is (zelfs tegen beter weten in) Dennis veroordeeld krijgen voor iets waarvoor hij niet verantwoordelijk is.

2. Telefoontoestellen en foto’s (proces-verbaal van bevindingen, 28 april 2014; proces-verbaal verhoor R. de Groot, 9 mei 2014)

Dan de inbeslaggenomen telefoontoestellen van Nathalie Weinreder. Op 16 december 2010 werden er 4 telefoontoestellen, aanwezig in de woning van Nathalie Weinreder, veilig gesteld en inbeslaggenomen. Het betrof 3 Samsung en 1 Nokiatoestel. Zonder de bestanden van de toestellen veilig te stellen werden zij alle 4 op 23 februari 2012 teruggeven aan de moeder van Nathalie, mevrouw Ria de Groot. Op initiatief van de Advocaat-Generaal werden 2 toestellen hiervan (de andere 2 waren er niet meer), wederom inbeslaggenomen en nu wel onderzocht op nog aanwezige sporen.

Het onderzoek betreft de Nokia N82 (met plakband) en de Samsung SGH-270. Tijdens het actuele onderzoek is in ieder geval onomstotelijk gebleken dat de voornoemde telefoontoestellen in 2010 inderdaad niet zijn onderzocht. Bij het actuele lezen werden op het Nokia model, 47 foto’s uitgelezen. Het betreffen foto’s waarop Dennis, maar ook Potentiële kandidaat en Getuige 1 te zien zijn. Zo onder andere de foto’s waarop Potentiële kandidaat en Getuige 1 tezamen met Nathalie te zien zijn. Het betreffen onder andere de foto’s die de verdediging aan de rechtbank in eerste aanleg heeft overlegd. Ze waren immers, hoewel niet veiliggesteld door de politie, heel kort geplaatst op internet. Door wie en met welk doel is nog steeds onduidelijk. Ook daar is ook nu nog geen onderzoek naar gedaan. Wat opvalt met betrekking tot de nu gevonden foto’s op de Nokia is de volgorde hiervan. De 2 bekende foto’s van Getuige 1 en Potentiële kandidaat met Nathalie (010120088112 en …113) bevinden zich op de Nokia, net voor de afbeeldingen van het puppy welke Nathalie op sinterklaasavond (4 of 5 december) heeft gekregen van haar familie. Je zou dus kunnen veronderstellen dat deze foto’s (de 2 hierboven genoemde) net voor die datum zijn gemaakt. Dit is, kijkend naar de tijdslijn in tegenspraak met de verklaring van Potentiële kandidaat ook vastgelegd op 5 februari 2014 tegen over de raadsheer commissaris. Daar verklaart Potentiële kandidaat na het tonen van de foto’s dat deze genomen zijn eind november en niet in december. Dit had hij overigens al eerder verklaard. Het lijkt de verdediging niet waarschijnlijk. Zeker niet nu bekend was bij meerdere getuigen dat Nathalie zeer frequent veel foto’s maakte met de Nokia. Tijdens elk bezoek (en dat had ze veel) maakte ze foto’s. Maar we weten het gewoon niet zeker. Een eerder onderzoek op het juiste moment had meer duidelijkheid kunnen verschaffen over de dag van het nemen van de foto’s.

Door toedoen van het tijdsverloop kan dit verzuim veroorzaakt in 2010 nu niet meer hersteld worden.

Ook is op één van deze foto’s, die met Potentiële kandidaat , (010120088108.jpg modified 0101200813.23.14) te zien dat hij een wit vest draagt. Hetzelfde geldt voor een foto met Getuige 1 (010120088110.jpg). Door het verlate onderzoek van de Nokia is er geen verband gelegd kunnen worden met de gedragen kleding van Potentiële kandidaat en Getuige 1 en de gevonden witte vezel onder de nagel van Nathalie aangetroffen, welke in eerste aanleg onderdeel is geweest van het DNA-onderzoek. Op foto’s van het clubhuis van Heracles van 10 december 2010 is HIJ te zien met een wit vest, welk wellicht van belang was geweest in het opsporingsonderzoek. Onderzoek dat ook nu niet heeft plaatsgevonden en naar alle waarschijnlijkheid niet meer kan plaatsvinden. Wederom een tekortkoming van het onderzoek zonder herstelmogelijkheid.

Dan de foto’s en de filmpjes die zijn gevonden op het Samsung toestel. Dit betreffen o.a. ook foto’s van Dennis met de jonge Daisy waarbij nota bene het onderschrift “papa” is aangebracht of betreft het hier beelden van de filmpjes. De verdediging weet het niet. Overigens bij filmpjes hoort meestal gesproken woord. Echter, de gevonden filmpjes waarover wordt gesproken, heeft de verdediging niet aangetroffen bij het aangeboden onderzoeksmateriaal. Gesproken tekst van het slachtoffer en verdachte Dennis, hadden wellicht ook enige helderheid kunnen verschaffen over de omgang tussen beiden. Bovendien nogmaals ten overvloede; Twee van de vier telefoontoestellen aangetroffen in de woning van Nathalie Weinreder, zijn inmiddels verdwenen. Hieraan valt niets meer te onderzoeken. Wederom een verzuim dat niet geheel hersteld kan worden.

3. Aanstraling zendmasten (NFO rapportage, 16 juni 2014)

Met betrekking tot het onderzoek van het Nationaal Forensisch Onderzoeksbureau van de aangestraalde zendmast en de twee verschillende cell-id’s 42115 (woning Nathalie) en 42116 (woning oma Dennis en woning Dennis) kan als conclusie het volgende vermeld worden. De verdediging stelt dat het nalaten van bovenvermeld onderzoek hersteld is door het actuele onderzoek. Bij mijn materiele verweren kom ik terug op de zendmasten.

4. Computers Weinreder en Stoffers (NFO rapportage, 12 juni 2014)

Met betrekking tot het onderzoeken aan de harde schijven van de computers van Nathalie Weinreder en Sylvia, welke zijn veilig gesteld in januari 2011, kan het volgende opgemerkt worden:

Het NFO (NFO rapportage 12 juni 2014) stelt vast dat er met de Hyvesaccount van Potentiële kandidaat is ingelogd op de computer van Sylvia. Ook stelt het NFO vast dat de dagen voor het delict het MSN account van Slachtoffer gebruik maakte van de MSN naam “blackeyedpeas” (pag. 6). Vastgesteld wordt dat de resultaten met gedeelten van de chatgeschiedenis tussen beide emailadressen zijn aangetroffen in de niet-toegewezen schijfruimte, hetgeen betekend dat deze gesprekken zijn verwijderd. Bovendien is uit nader onderzoek van het NFO gebleken dat het bestand “Potentiële kandidaat 3598841823.xnl” zeer waarschijnlijk is verwijderd op 9 december 2010 te 19.04 uur. De verdediging durft te stellen dat deze verwijdering is voltooid door of Nathalie Weinreder dan wel Potentiële kandidaat . Tevens durft de verdediging te stellen dat een dergelijke verwijdering een gevolg is van een kwestie die je op dat moment hebt met elkaar. Uitgaande van de laksheid en nalatigheid rondom het onderzoek naar Potentiële kandidaat zullen we niet precies weten wie en waarom dit is gedaan. Op de computer van Sylvia is geen chatgeschiedenis opgeslagen omdat de computer voor deze functie op 0 stond. Er zijn daarentegen wel degelijk sporen op de computer van Sylvia Stoffers aangetroffen die verwijzen naar Potentiële kandidaat . De verdediging meent dat naar tweede aanleg toe zoveel mogelijk is gedaan om helderheid te krijgen omtrent het gebruik van de computer van Nathalie Weinreder en Sylvia in relatie tot Potentiële kandidaat . De verdediging stelt zich op het standpunt dat de vormverzuimen hieromtrent, voor zover mogelijk, zijn hersteld. De verdediging zal op de computers terugkomen bij betogen van de materiele verweren.

5. Computer Ten Napel (relaas proces-verbaal, 27 februari 2014)

Het resultaat van het onderzoek door de politie van de computer van Sabrina ten Napel is opvallend te noemen (politie Twente, TGO Tarana team). Sabrina heeft verklaard op 9 februari 2011 dat zij van Potentiële kandidaat via MSN gehoord zou hebben dat hij op vrijdag 10 december nog bij Nathalie zou zijn geweest, hetgeen overeenkomt met een verklaring van Andrea en Ria. Potentiële kandidaat ontkent dit in alle toonaarden. Destijds is de computer van Ten N wel inbeslaggenomen, maar niet onderzocht. Een dergelijk onderzoek vond pas plaats in september 2013. Dit onderzoek levert iets zeer relevants op. Op een sessie van zondag 12 december 2010 (de dag van het vinden van Nathalie) zegt Potentiële kandidaat tegen Sabrina om 22.04 uur:
Te weten dat Nathalie “met een stoen (bedoelt hij steen of stoel) kanker hard tegen het hoofd is geslagen” en “dat Daisy zat te huilen wil je niet weten”.

Ik kan deze uitspraak alleen maar kwalificeren als daderwetenschap. Naast alle belastende omstandigheden en feitelijkheden die er al zijn jegens Potentiële kandidaat , komt er dit nog eens bij. Als deze uitspraak 3,5 jaar eerder was geconstateerd door een in beslag genomen computer te onderzoeken, zou, naar ik aanneem, Potentiële kandidaat wel als verdachte zijn beschouwd. Men mag het hopen. De verdediging stelt zich op het standpunt dat de vorm verzuimen hieromtrent zijn hersteld.

6. E-mailadres (NFO rapportage, 12 juni 2014)

Met betrekking tot het onderzoek naar het emailadres van Potentiële kandidaat welke voorkomt in de niet-toegewezen bestandsruimte kan het volgende worden opgemerkt:

Het NFO stelt vast dat:
– er chatgesprekken hebben plaatsgevonden tussen [email protected] en Potentiële kandidaat @hotmail.com.
– uit sporen afgeleid kan worden dat een gebruiker van de computer van Nathalie gebruik heeft gemaakt van de MSN messenger en daar heeft ingelogd met het adres Potentiële kandidaat @hotmail.com.
De verdediging vraagt zich af; zou dit nu gebeurd zijn door Potentiële kandidaat zelf, dan wel door Nathalie die Potentiële kandidaat zijn inlogcode kende. Zo het het laatste is, zou dit dan kunnen betekenen dat, in tegenstelling tot hetgeen de rechtbank aanneemt, Nathalie ook met de inlogcode van Dennis heeft ingelogd zonder zijn aanwezigheid? Dennis blijft er in ieder geval bij dat Nathalie van zijn code op de hoogte was.
– er in totaal 2368 hits Potentiële kandidaat @hotmail.com zijn waargenomen op de computer van Nathalie Weinreder.
– er zijn zowel MSN activiteiten als Hyves activiteiten tussen Nathalie en Potentiële kandidaat aangetroffen.

Een eerder onderzoek had wellicht meer resultaten in het kader van de waarheidsvinding opgeleverd. De verdediging stelt zich op het standpunt dat de vormverzuimen hieromtrent zijn hersteld.

7. Hyvesgesprek

Dan is er nog het proces-verbaal van het Tarana team van 30 juni 2014 waar melding wordt gemaakt van een Hyvesgesprek van Potentiële kandidaat van 10 december 2010 om 9.00 uur ’s ochtends (nota bene de laatste dag dat Nathalie in leven is) gericht aan Nathalie waarop zij niet reageert, zoals zij na 5 december in het geheel niet meer heeft gereageerd op berichten van Potentiële kandidaat .
Potentiële kandidaat schrijft in dit bericht onder andere: “Ik ben het hele weekend in Almelo”. Dit is geheel in tegenspraak met zijn verhoren als getuige waarin hij bij herhaling verklaard dat hij na de wedstrijd van Heracles naar Hengelo is gegaan. Bovendien zegt hij in dit Hyvesbericht ook tegen Nathalie: “dat hij mogelijk na de wedstrijd langs komt”.

8. VerklaringenPotentiële kandidaat (proces-dossier G2, pagina 830-915)

Dan in de ogen van de verdediging het meest heikele punt in de opsporing, waarheidsvinding en eerlijke procesgang. Het Openbaar Ministerie is Potentiële kandidaat ook in het onderzoek naar deze behandeling in hoger beroep blijven zien als “slechts” getuige in plaats van Potentiële kandidaat . Dit is in het licht van zijn aantoonbare tegenstrijdigheden in zijn verklaringen (zeker in relatie tot verklaringen van andere getuigen), zijn agressieve uitingen naar Nathalie, en de communicatie via de computer en zijn daderwetenschap volstrekt onbegrijpelijk te noemen. Dit zeker ook in het licht van het actuele Hyvesgesprek van Potentiële kandidaat van 10 december 2010 ( nota bene de laatste dag dat Nathalie in leven was) waarop door Nathalie niet wordt gereageerd. Op 10 december 2010 schrijft Potentiële kandidaat onder andere: “ Ik ben het hele weekend in Almelo”. Dit is geheel in tegenspraak met zijn verklaringen waarin hij bij herhaling verteld dat hij naar de wedstrijd van Heracles naar Hengelo is gegaan (zie proces-verbaal 30 juni 2014 Tarana Team).
Met alle feiten en omstandigheden die bekend zijn en verklaringen die zijn uitgesproken, blijft het onbegrijpelijk waarom tot op de dag van vandaag Potentiële kandidaat nooit als verdachte is beschouwd, als gevolg waarvan cliënt in een vrijwel onmogelijke positie terecht is gekomen.

Een overzicht van de belastende feiten jegens Potentiële kandidaat :

I. Op 20 december 2010, ruim een week na het ontdekken van het dode lichaam van Nathalie Weinreder, legt Andrea op eigen initiatief een verklaring af op het politiebureau (proces-verbaal C, pagina 282 e.v.).

Na het bericht van de dood van Nathalie heeft zij zich gemeld bij de politie om kenbaar te maken dat zij op de avond van vrijdag 10 december 2010 tussen 22.00 uur en 23.00 uur Potentiële kandidaat door het raam van haar woonkamer van haar woning zag lopen richting de Brederostraat alwaar de woning van Nathalie gelegen was. Zij verklaarde eveneens dat ze Potentiële kandidaat de laatste tijd regelmatig had gezien. Zij voegt er in haar verklaring nog aan toe:

“Ongeveer twee weken geleden kwam ik Nathalie tegen bij de Aldi. Daisy had zij toen ook bij zich. We hadden een sociaal gesprek. Ik stelde haar de vraag: “Ga jij veel met Potentiële kandidaat om?” Ik bedoelde toen Potentiële kandidaat . Nathalie zei daarop dat Potentiële kandidaat de laatste tijd regelmatig bij haar kwam. Nathalie wilde weten waarom ik dat vroeg. Ik zei haar toen dat ik Potentiële kandidaat regelmatig bij mij voor de deur langs zag lopen. Nathalie gaf aan dat Potentiële kandidaat dan naar haar toe ging of juist bij haar weg kwam. Met vaak bedoel ik één á twee keer in de week.” (proces-verbaal C, pagina 283).

Als deze verklaring wordt afgezet tegen hetgeen Potentiële kandidaat verklaart over zijn bezoeken aan Nathalie, dan zegt hij dat hij Nathalie ongeveer twee weken voor haar dood voor het laatst gezien heeft (proces-verbaal C, pagina 120). Dit lijkt duidelijk in tegenspraak met hetgeen door getuige Andrea wordt verklaart. Geheel in tegenspraak is dit ook met de verklaring van Sabrina afgelegd op 7 januari 2011 zoals hierboven al weergegeven met betrekking tot een contact tussen haar en Potentiële kandidaat naar aanleiding van een opmerking van ene Patrick over de betrokkenheid van Potentiële kandidaat bij de dood van Nathalie. Op zondag 12 december 2010 vertelt Potentiële kandidaat aan Ten N dat hij nog die vrijdagavond voor de moord bij Nathalie is geweest. Dit ligt in de lijn van de verklaring van Andrea.

Andere verklaringen die Potentiële kandidaat aflegt op 22 december 2010 en 14 januari 2011 staan bol van genoemde feiten en omstandigheden die een redelijk vermoeden van schuld rechtvaardigen zeker ook kijkend naar de daarop haaks staande verklaringen van andere getuigen. Uitspraken waarin ook een motief om te komen tot het doden van Nathalie gezien zou kunnen worden:

“Ik heb vaak genoeg tegen Nathalie gezegd: Ik ben geen speelgoed, geen jojo. Je kunt mij niet het ene moment wegsturen en het andere moment weer uitnodigen. Ze begreep dat wel en probeerde het anders te doen maar eigenlijk bleef het steeds zo gaan.” (proces-verbaal C, pagina 132)

“Mensen die me drijven die me triggeren daarvoor ben ik een tijdbom.” (proces-verbaal C, pagina 132)

“Als ik word vernederd kan ik wel iemand vermoorden, zoals mijn moeder die heeft mij vernederd.” (proces-verbaal C, pagina 202)

“Een maand of twee geleden kregen we weer volop contact. Ik kwam steeds vaker bij haar koffiedrinken en dat soort dingen, uiteindelijk bleef ik slapen en we hadden seks.” (proces-verbaal C, pagina 133)

“Op vrijdag 10 december heb ik via Hyves weer een berichtje gestuurd om haar te vragen om haar nummer. In dat berichtje heb ik ook gezegd “He meisje als je wat wil doen mail mij dan”. Want ik zou die avond in Almelo zijn en de wedstrijd was om 20.45 uur.” (proces-verbaal C, pagina 135)

“Om 00.20 uur gaat de laatste trein van Almelo naar Hengelo en die moet ik hebben. Maar ik kan mij daar niets meer van herinneren. Echt niet. Om 03.00 of 04.00 uur schrok ik thuis wakker.” (proces-verbaal C)

“Ik ben op Nathalie verliefd geweest.” (proces-verbaal C, pagina 172)

Ook wordt Potentiële kandidaat door de verbalisanten geconfronteerd met een zin die hij aan Nathalie geschreven heeft namelijk:

“Jij bent viezer dan stront.”

Hij reageert hier in het verhoor als volgt op:

“Ja inderdaad ze had mij geraakt en vooral over dat er niks gebeurd zou zijn en dat ze mij weer voorgelogen had met dingen ik zal het zo uitleggen. Ze had met meerder jongens contact. De ene keer zegt ze dit en de andere keer zegt ze dat. Dan stootte ze mij op dat moment af. En op dat moment werd ik een beetje gepikeerd. Eerst zegt ze dit en dan zegt ze zus en op dat moment heb ik gezegd je bent nog viezer om aan te pakken dan stront.” (proces-verbaal C, pagina 208).

Deze verklaring van Potentiële kandidaat in relatie tot de uitspraak over “het worden van een tijdbom als hij getriggerd wordt” had voor de politie zeer interessant moeten zijn zeker in relatie tot de MSN contacten die Nathalie in de nacht van 10 op 11 december 2010 heeft gehad, dit zeker ook in het licht bezien van het MSN bericht afkomstig van de computer van Sabrina Ten Napel, zoals verwoord onder punt 5 van deze pleit: “ze is met een stoen kanker hart tegen het hoofd geslagen. Daisy zat te huilen, dat wil je niet weten”.

Ook is niet onderzocht waar Potentiële kandidaat in de nacht van vrijdag op zaterdag is verbleven. In Almelo dan wel in Hengelo. Ondanks zijn verklaring is bij onderzoek niet gebleken dat hij in het bezit was van een treinkaartje richting Hengelo. Hij verklaart nota bene dat hij het kaartje gepind heeft, maar bij onderzoek bleken er geen pintransacties te zijn geweest die nacht. En hijzelf spreekt verder over een zwart gat tussen 23:00 uur en 03:00 uur die nacht. We weten niet of Potentiële kandidaat die avond/nacht nog van Almelo naar Hengelo is gegaan. We weten daarmee ook niet zeker of Potentiële kandidaat zaterdag 11 december gebruik heeft gemaakt van de computer van Sylvia om daarmee een bericht te versturen naar Manuel, zoals hij zelf zegt wel gedaan te hebben (proces-verbaal C, pag. 129). Onderzoek aan de computer van Sylvia heeft dat niet uitgewezen.

Ook met betrekking tot de tijdlijn van Potentiële kandidaat kan gesteld worden dat deze niet in overeenstemming is met zijn eigen verklaring en verklaringen van getuigen. Potentiële kandidaat is door Andrea gezien tijdens een uitzending van de ‘Voice of Holland’. Deze uitzending op de avond van 10 december 2010 eindigde op 22.40 uur, hetgeen betekent dat hij voor die tijd voorlangs het raam van het huis van Andrea is gelopen en gezien. De wedstrijd van Heracles ving om 20.45 uur aan. Dit betekent dat deze in ieder geval, uitgaande van blessuretijd, pas op zijn vroegst om 22.30 uur afgelopen is geweest. De loopafstand van het Heracles stadion naar de Brederostraat is ruim 20 minuten. Hoe je het ook wend of keert dan heeft Potentiële kandidaat , uitgaande van de verklaringen van Andrea het voetbalstadion op zijn laatst omstreeks 22.15 uur hebben moeten verlaten. Dit is in strijd met zijn eigen verklaring daar hij verklaart dat hij pas na afloop van de wedstrijd het stadion heeft verlaten. Hij verklaart bij de rechter-commissaris dat hij om 23.50 uur in de Brederostraat gezien moet zijn toen hij naar de laatste trein liep. Dit komt niet overeen met de getuigenverklaringen.

Ook zeer opvallend is de getuigenverklaring van de bezoeker van coffeeshop Jemig de Pemig die verklaart dat Potentiële kandidaat hem op donderdag 16 december 2010 in de coffeeshop allerlei bijzonderheden kan vertellen over de omstandigheden rondom de dood van Nathalie Weinreder. Waarbij hij eveneens zegt deze van Ria de Groot, de moeder van Nathalie, gehoord te hebben. En dit terwijl mevrouw De Groot verklaart dat zij Potentiële kandidaat , pas op 20 december 2010 voor het eerst spreekt en zich niet kan herinneren dat zij de “Potentiële kandidaat” bijzonderheden heeft verteld (proces-dossier G, pagina 490).

Ook zeer opvallend richting Potentiële kandidaat blijft dat hij volgens getuigen korte tijd na het overlijden van Nathalie al over veel daderwetenschap beschikte. Dit wordt onder andere verklaard door Mitchell, die zegt dat Potentiële kandidaat hem onder andere had verteld dat ze Nathalie in een Kerstpakje hadden gevonden en dachten dat ze achter de kast zou zijn getrokken (proces-verbaal A, pagina 288). Eveneens had Potentiële kandidaat wetenschap van het feit dat Nathalie een wond aan haar gezicht had dat waarschijnlijk door de hond was veroorzaakt (proces-verbaal C, pagina 120 e.v.). Eveneens had hij tegen zijn ex-werkgever verklaard dat Nathalie achter de computer had gezeten en vervolgens tegen de kast was gekomen. Een ander voorbeeld betreft Priscilla die verklaart over de daderwetenschap van Potentiële kandidaat :

‘’Ik vind het raar dat Potentiële kandidaat , zoveel over de dood van Nathalie kon vertellen. Hij weet in ieder geval heel veel over haar. Dit hoorde ik ook van Patrick. Potentiële kandidaat kon vertellen over hoe het was gebeurd en hoe Nathalie gevonden was. Ik vind het vreemd zoals hij zich gedraagt. Hij was bijvoorbeeld niet op de condoleance van Nathalie en plotseling, toen Nathalie naar haar laatste rustplaats werd gebracht, was hij er ineens. Ik heb het gevoel dat Potentiële kandidaat meer weet over de dood van Nathalie.’’ (proces-verbaal C, pagina 278). En met betrekking tot daderwetenschap is er dan nog de actuele opmerking over het slaan met een stoel of steen, op de avond van 10 december 2010, en de verklaring van Kim K, medewerkster van een uitzendbureau, die op maandagochtend 13 december 2010 van Potentiële kandidaat veel informatie te horen krijgt die slechts valt uit te leggen als daderwetenschap (proces-verbaal C, pag. 272 t/m 276).

Afrondend; het gaat er de verdediging niet om Potentiële kandidaat veroordeeld te krijgen, doch het gaat de verdediging om waarheidsvinding en daarmee vrijspraak van cliënt. Hij is niet verantwoordelijk is voor de dood van Nathalie Weinreder. Hoe je het ook wendt of keert, het onderzoek van Potentiële kandidaat is onlosmakelijk met de positie van Dennis in dit proces verbonden. De verdediging durft hier wederom, en nu nog met nog meer overtuiging dan in eerste aanleg, vol te houden dat er sprake is van grove nalatigheid van de zijde van de opsporing door geen nader onderzoek te doen naar Potentiële kandidaat , terwijl zijn verklaringen en de resultaten van het communicatieverkeer tussen Potentiële kandidaat en Nathalie hier alle aanleiding toe geven. Het Openbaar Ministerie heeft nagelaten het hoofddoel van het strafrecht na te streven; namelijk waarheidsvinding. Er is tijdens de opsporing in deze zaak, al dan niet opzettelijk, geen rekening gehouden met de door het College van PG’s voorgeschreven criteria van opsporing inzake ernstige misdrijven. Zoals betoogd is het ook in strijd met de beginselen van een eerlijk proces voor cliënt zoals weergegeven in artikel 6 EVRM. Criteria waar alle burgers van Nederland van op aan moeten kunnen. Het handelen van de opsporing in casu kan dan ook slechts gekwalificeerd worden, rekening houdende met alle (wettelijke) voorschriften, als een grove nalatigheid, zoals hierboven uitputtend aangegeven, als gevolg waarvan in deze zaak het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard dient te worden.

II. De materiele verweren:

Grieven tegen de jegens cliënt gehanteerde bewijsoverwegingen van de rechtbank

Allereerst stelt de rechtbank vast dat Nathalie met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid op 11 december 2010 tussen 00.24 uur en 01.00 uur om het leven is gekomen. Het sectierapport stelt vast dat de dood van Nathalie op 11 december 2010 tot 04.00 uur kan zijn ingetreden.

Voor de rechtbank daarentegen is het van belang om het tijdstip van 01.00 als uiterste overlijdenstijdstip aan te nemen, omdat het anders niet mogelijk zou zijn geweest om Dennis, die stelt vanaf oma en opa direct naar huis te zijn gegaan, te kunnen veroordelen. Immers, de rechtbank houdt de volgende tijdlijn van het computergebruik aan voor de avond van 10 en de nacht van 11 december 2010:

Op 10 december 2010 om 23.08.02 uur komt er een MSN-bericht binnen van Ricardo waarin hij aangeeft ” zo langs te komen”. Nathalie antwoordt om 23.08.11 uur met: ” Whaa maatje komt zo”. Over de toeschrijving aan een bepaald persoon het woord “maatje” straks meer (zie pag. 15 ev.)

De rechtbank stelt vast dat na het laatstgenoemde tijdstip (om 23.28.53 uur, 23.29.22 uur en 28.29.22 uur) bestanden zijn aangemaakt op de computer van Nathalie welke cookies betreffen. In de inhoud van deze cookies staan “[email protected]” en “piful” vermeld. Dit betreft beide accounts van Dennis.
Ook zou er uit onderzoek zijn gebleken, zo stelt de rechtbank in het vonnis, dat er op 10 december 2010 omstreeks 23.34.04 uur een mislukte inlogpoging plaatsvindt op Hyves en dan op de account van cliënt: Dennis88.hyves.nl. Om 23.34.18 uur slaagt het inloggen met dit wachtwoord wel.

Ook blijkt dat op 11 december 2010 om 00.19.14 uur het bestand “Windows XP afmelden” is gebruikt om de computer uit te zetten. Echter 5 seconden later om 00.19.19 uur is de computer weer opgestart. Dit moet dan gebeuren met het wachtwoord Nathalie. Twee minuten na de aanmelding is het bestand “[email protected][1] txt benaderd. Om 00.23.01 uur stuurt Nathalie nog een bericht aan Ricardo, waarin ze aangeeft thuis te zijn en Ricardo vervolgens vraagt haar te bellen, waarop hij om 00.25.37 uur reageert.

Daarna zou er om 01.01.23 uur getracht zij met een onjuist wachtwoord in te loggen op de computer, hetgeen aanvankelijk mislukt, maar direct daarna wel lukt. De verdediging meent dat dit een typefoutje kan zijn geweest.

Om 01.24.38 uur worden de bestanden “ricardo” en “patrick” gewijzigd en om 01.29.05 uur wordt de computer uitgeschakeld, hetgeen niet op de reguliere wijze zou zijn gebeurd.

Op basis van deze bevindingen stelt de rechtbank onder andere vast dat uit deze feitelijkheden valt af te leiden dat Nathalie tussen 00.24 uur en 01.00 uur moet zijn overleden.

Bovendien stelt de rechtbank vast dat er na 23.00 uur, kijkend naar de telecommunicatie van de computer, een bezoeker moet zijn geweest bij Nathalie.

Voor de keuze wie dit geweest moet zijn, gaat de rechtbank het rijtje van mannelijke personen af.

Patrick
Deze kan het niet zijn geweest, aldus de rechtbank, omdat hij verklaart om ongeveer 22.45 uur weg te zijn gegaan bij Nathalie. Bovendien stuurt hij om 00.42.00 uur nog een berichtje aan Nathalie vanuit zijn woonplaats. Uit analyse van de historische gegevens blijkt inderdaad dat hij rondom die tijd zijn telefoon gebruikt in L.

De verdediging is het met de rechtbank eens dat hieruit geconcludeerd kan worden dat hij niet betrokken is geweest bij de dood van Nathalie.

Ricardo
Ook Ricardo zou niet betrokken zijn bij de dood van Nathalie, omdat zij als reactie op een bericht van Ricardo om langs te komen reageert met: “whah maatje komt zo”. De rechtbank leidt hieruit af dat Nathalie van iemand anders bezoek krijgt dan van Ricardo.

De verdediging is het op dit punt niet eens met de rechtbank. De verdediging meent dat de reactie van Nathalie op het bericht van Ricardo even zo goed uitgelegd kan worden als een enthousiaste reactie op het feit dat Ricardo aankondigt zo bij haar langs te komen.
Zij praat in de derde persoon tegen de persoon die aankondigt zo te komen. Ze praat als het ware op een blije manier tegen zichzelf. “Whah hij komt zo” waarmee ze met “hij” Ricardo bedoelt. De verdediging stelt niet dat dit onomstotelijk zo moet worden uitgelegd, maar het is wel degelijk een mogelijkheid. In dit licht heeft “Whaa maatje komt zo” dan ook een heel andere betekenis dan “Mijn maatje komt zo” zoals de Officier van Justitie de tekst opvoerde in zijn requisitoir in eerste aanleg.

Potentiële kandidaat
De rechtbank stelt met betrekking tot Potentiële kandidaat dat niet is gebleken van enige betrokkenheid bij de dood van Nathalie Weinreder.
De verdediging heeft hierover al veel betoogd. Echter, de verdediging kan een zeer verbaasde en onthutste reactie niet onderdrukken. Heeft deze rechtbank hetzelfde dossier als de verdediging heeft. En zijn de verklaringen van met name Potentiële kandidaat en daarop aansluitende getuigenverklaringen überhaupt wel gelezen? Zoals bijv. de verklaring van Andrea die verklaart dat ze omstreeks 22.30 uur Potentiële kandidaat voorbij haar huis heeft zien lopen richting het huis van Nathalie. En dan is er nog de verklaring van de moeder van Nathalie, Ria de Groot, die nota bene zelf zegt dat Potentiële kandidaat op de avond van de moord nog bij Nathalie is geweest (proces-verbaal G, pag. 462 t/m 472). Opmerkelijk is wel te noemen dat voornoemde verklaring van Ria de Groot niet bij het C-dossier (potentiele verdachten) is gevoegd. Potentiële kandidaat zegt per trein naar Hengelo te zijn vertrokken en het kaartje voor de reis met zijn pinpas betaald te hebben. Onderzoek wijst uit dat deze betaling niet per pin heeft plaatsgevonden en zo kunnen we nog wel een tijdje doorgaan.

En dan cliënt; Dennis
De rechtbank begint onder zijn kopje met de volgende zin:
“Uit het dossier zijn veel aanwijzingen te putten dat verdachte op vrijdagavond rond de klok van 23.00 uur bij Nathalie op bezoek is geweest.”

Eén van die aanwijzingen is, zo begrijpt de verdediging, dat Dennis geen alibi heeft vanaf het moment dat hij rond 23.00 uur bij zijn grootouders is weggegaan met de mededeling dat hij naar huis ging om te slapen.

Dit is echter nooit gecheckt, ondanks het feit dat de Officier van Justitie in eerste aanleg wel durft te beweren dat er een buurtonderzoek heeft plaatsgevonden, hetgeen overigens niet aan het dossier is toegevoegd. Feitelijk is het zo dat de opsporing ook hier weer steken heeft laten vallen en geen buurtonderzoek gedaan. Daarom heeft de verdediging zelf onderzoek verricht in de buurt van Dennis. Het rapport hieromtrent zal als bijlage zijn gehecht aan mijn pleit (bijlage 1). De conclusie kort weergegeven: er heeft geen buurtonderzoek plaatsgevonden, ondanks de geveinsde stelligheid van de Officier van Justitie.

Een andere aanwijzing voor de rechtbank van de aanwezigheid van Dennis, de avond van 10 december 2010, in de woning van Nathalie is het computergebruik van haar computer waarin rond 23.34.18 uur is ingelogd op de Hyves-account van Dennis. Daarnaast is om 00.19.53 nog ingelogd op de “-account” van Dennis. Voor dit account is een wachtwoord noodzakelijk. Het zou allemaal al helemaal verdacht zijn, omdat er naar een filmpje van Tony Yayo met het nummer “live by the gun” is bezocht. Een nummer dat een hit was in dat jaar en door miljoenen mensen beluisterd en bekeken.

De rechtbank meent dat het Dennis moet zijn geweest die heeft ingelogd bij Nathalie en dus daarmee aanwezig is geweest in de woning van Nathalie.

Dennis heeft dit altijd ontkend. Hij is vanaf zijn grootouders direct naar huis gegaan en gaan slapen. Bovendien heeft Dennis altijd verklaard dat Nathalie beschikte over zijn wachtwoorden, waardoor Nathalie te allen tijde toegang had tot de gegevens en sites van Dennis.

Sinds 4 december 2010 hadden Nathalie en Dennis weer verkering. Zie hiertoe de verklaring van Liza van der Kemp (proces-verbaal G2, pag. 634). Nathalie kan vanaf die tijd ook op de hoogte zijn geweest van “nieuwe” wachtwoorden van Dennis.

Er kan derhalve niet gesteld worden, zoals de rechtbank wel doet, dat Dennis in de woning van Nathalie moet zijn geweest op de avond en nacht van 10 op 11 december 2010, omdat er op zijn accounts met zijn wachtwoorden is ingelogd.

Deze opvatting wordt gesteund door het NFO-onderzoek van 16 juni 2014 (pag. 11 ev.) waarin het NFO stelt dat terwijl er op de Hyves van Dennis werd ingelogd via de computer van Nathalie, een aantal malen rondom die tijdstippen door Dennis elders gebruik is gemaakt van zijn telefoon(s). Volgens het NFO is het waarschijnlijk dat Dennis, terwijl er met zijn wachtwoord wordt ingelogd op de computer van Nathalie, zelf niet in de omgeving van Nathalie is geweest. Dit geldt in ieder geval voor 3 en 4 december 2010. Met deze vaststelling kan men zich de vraag stellen waar de rechtbank de hoogmoed vandaan haalt om zonder een dergelijk onderzoek, zo’n conclusie als hierboven weergeven, durft te presenteren.
Kortom: Dennis kan in de nacht van 10 op 11 december 2010 thuis gewoon in zijn bed hebben gelegen, terwijl Nathalie zijn wachtwoorden intikte in haar computer.

Eveneens hanteert de rechtbank de door Nathalie gebruikte term: “maatje” als belastend bewijs tegen Dennis.
De rechtbank meent dat uit het dossier kan worden afgeleid dat met “maatje”, Dennis wordt bedoeld. Als je dat leest vraag je je werkelijk af of je als verdediging hetzelfde dossier als de rechtbank hebt ontvangen. Immers, het dossier van de verdediging wijst geheel andere personen dan Dennis aan in relatie tot de naam “maatje”. Zo stelt Liza van der Kemp dat zij vermoedt dat Nathalie met “maatje” Potentiële kandidaat oftewel “bijnaam” bedoeld (proces-verbaal G, pag. 642). Bas zegt dat Nathalie hem ook weleens “maatje” heeft genoemd (proces-verbaal C, pag. 79). Dit wordt bevestigd door Patrick H, de biologische vader van dochter Daisy, die verklaart dat Nathalie wel vaker de term “maatje” gebruikte, maar zich dat alleen kan voorstellen bij ene Bas dan wel de jongen die bij Heracles komt, waarmee hij Potentiële kandidaat bedoelt. En, zoals al gezegd, meent de verdediging dat het ook betrekking kan hebben op ricardo. De verdediging begrijpt dan ook totaal niet, uitgaande van het dossier, dat de rechtbank de term “maatje” exclusief kan koppelen aan Dennis.

Dan de opvatting van de rechtbank, om Dennis op 10 december in de woning van Nathalie te lokaliseren, rondom de cell-id 42115. De opmerkingen van de rechtbank hieromtrent kloppen gewoon niet. Dit blijkt wederom uit het onderzoek van het NFO van 16 juni 2014. Het NFO stelt vast dat het niet uitgesloten is dat er vanaf de Jan Steenstraat (woning van Dennis) verbinding kan worden gebouwd met cell 42115, die nabij de woning van Nathalie is gelegen, omdat er een verschil van sterkte is met het signaal van 42116 en 42115. Met andere woorden zegt het NFO; Dennis kan gewoon vanaf zijn huis van zijn telefoon gebruik hebben gemaakt, terwijl de cell-id bij de woning van Nathalie aangestraald werd met Dennis zijn telefoon. Oftewel: in tegenstelling tot hetgeen de rechtbank als bewijsmiddel hanteert, staat het in het geheel niet vast dat Dennis vanwege de aanstraling van cell-id 42115 in dan wel nabij de woning van Nathalie is geweest op de avond van 10 december 2010 rondom de klok van 23.00 uur. Het is evenwel mogelijk dat Dennis met zijn telefoon in zijn eigen woning is geweest toen hij zijn telefoon gebruikte. Vanaf de woning van zijn grootouders, gelegen aan de Nachtegaalstraat, is het daarentegen onwaarschijnlijk dat een verbinding is opgebouwd via cell 42115, aldus het NFO.

Dan de opvatting van de rechtbank met betrekking tot het verrichte DNA-onderzoek. Ondanks het feit dat zowel het NFI als ook het IFS stellen dat deze moordzaak een uitermate complexe zaak betreft, ook aangaande het DNA en de delict-gelateerdheid daarvan, meent de rechtbank daarentegen een oordeel te kunnen vormen over het gevonden DNA van Dennis Velthuis. Met andere woorden; daar waar de DNA-deskundigen voor waarschuwen, stapt de rechtbank eenvoudig overheen. De verdediging maakt hiertegen ernstige bezwaren. Bezwaren die zijn ingegeven door o.a. de afrondende rapportage van het NFI d.d. 13 januari 2012, waarin het NFI het Openbaar Ministerie verzoekt tot het aanleveren van scenario’s op bronniveau en/of activiteitenniveau opdat de bevindingen en de conclusies van de uitgevoerde onderzoeken alsnog in het licht kunnen worden beschouwd van deze scenario’s. Dit omdat, zoals het NFI zelf stelt, deze zaak een uitermate complexe zaak betreft. Dit wordt ook geconcludeerd door het IFS. Deze geven beide aan dat dit de reden is dat de deskundigen slechts uitspraak kunnen doen op bronniveau in hun rapportages. Oftewel anders gezegd; ze kunnen slechts uitspraken doen over de herkomst van de aangeboden sporen en niet over de delict-gerelateerdheid daarvan. De rechtbank daarentegen, meent ondanks het ontbreken van enige deskundigheid, zich wel te mogen uitlaten over de delict-gerelateerdheid en komt wederom tot de conclusie dat het Dennis moet zijn geweest die die avond bij Nathalie op bezoek is geweest en haar heeft gedood. Als deze wijze van recht spreken standaard wordt in Nederland, dan is het zeer treurig gesteld. Als hoogmoed, arrogantie en willekeurigheid de toon gaan zetten in de Nederlandse rechtspraak, zakken we af naar een niet te accepteren niveau.

Een gebrek aan bescheidenheid en zelfkennis van de rechtbank moeten we ook vaststellen daar waar de rechtbank tot de conclusie komt dat er TBS met dwangverpleging dient te worden opgelegd aan Dennis. Ondanks de afwezigheid van actuele psychiatrische en psychologische rapportages meent de rechtbank te kunnen vaststellen dat Dennis ten tijde van het bewezen verklaarde feit, lijdende was aan een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van het geestvermogen, als gevolg waarvan er sprake is van enige mate van verminderde toerekeningsvatbaarheid. Deze rechtbank vindt zichzelf een allesweter en alleskunner, dat is wel duidelijk. Gelukkig is er, wederom op verzoek van de verdediging, een actuele psychiatrische rapportage opgesteld, door Forensisch psychiater de heer Winter, welke rapportage aan het dossier is toegevoegd. Ook heeft het hof op eigen initiatief cliënt verzocht zich te onderwerpen aan een onderzoek in het Pieter Baancentrum. Cliënt heeft zich hiertoe bereid verklaard en als gevolg hiervan is er op 13 juni 2014 een uitgebreide rapportage tot stand gekomen.

Over de rapportage van de heer Winter het volgende:
Psychiater Winter heeft cliënt tweemaal bezocht en in totaal bijna 5 uur met Dennis gesproken. Bovendien heeft hij alle stukken die door de rechtbank in het vonnis worden aangehaald bestudeerd. Met betrekking tot het door de rechtbank aangehaald rapport van psycholoog Hillige, stelt Winter dat dit rapport tot stand kwam op basis van een eenmalig contact waardoor: “Het onderzoek onvolledig is en geen uitspraak gedaan kan worden over het doorwerken van psychopathologie in het delict-gedrag”. Met betrekking tot de dubbelrapportage van psychiater Kaiser en psycholoog Kernink merkt Winter op dat Dennis aan beide rapportages niet heeft meegewerkt en dat de psycholoog en psychiater daarom, op basis van dit geconstateerde feitelijk gebrek, komen tot veel te vergaande conclusies. Over specifiek psycholoog Kernink merkt Winter nog op: “Volgens deze auteur zou het hele psychiatrisch spectrum dus wel eens op onderzochte van toepassing kunnen zijn”. Winter komt tot de volgende conclusie met betrekking tot het oordeel van de rechtbank:

“De in het vonnis gehanteerde methode van knippen en plakken van uitspraken en teksten uit verschillende bronnen van bovendien sterk uiteenlopend deskundigheidsniveau, waarmee de TBS in dit vonnis onderbouwd wordt, geeft een zorgelijke indruk omtrent de aanwezige gedragskundige kennis bij het stand komen van dit vonnis”.

En

“De rechtbank doet dit door een verzameling van losse gegevens en uitspraken van diverse bronnen met een duidelijk verschillend deskundigheidsniveau, als het ware aan één te voegen met als uiteindelijk doel, deze uitspraak te kunnen onderbouwen”.

En

“Hoewel het in principe mogelijk is dat de rechtbank een dergelijk vonnis uit eigener beweging kan opleggen is het, met name vanwege het zeer aanzienlijke belang van een dergelijke ingrijpende beslissing, en al helemaal daar waar het in deze een ontkennende verdachte betreft, te allen tijde wenselijk dat hierbij in ieder geval blijk gegeven wordt van voldoende inhoudelijke gedragswetenschappelijke kennis”.

Het onderzoek van het Pieter Baancentrum d.d. 13 juni 2014 levert de volgende eindconclusie op:

“Er kan worden gesproken van een contactuele kwetsbaarheid bij betrokkene, die echter niet het niveau bereikt van een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis van de geestvermogens”.

En

“Wel is, gezien de relationele context van het ten laste gelegde en vanwege de genoemde kwetsbaarheid, bij het onderzoek specifiek aandacht besteedt aan betrokkene’s functioneren binnen relaties. En hoewel betrokkene van zowel vanuit de licht autistische trekken als vanuit zijn persoonlijkheidsontwikkeling meer dan gemiddeld kwetsbaar zou kunnen zijn binnen relaties, hebben wij geen aanwijzingen dat deze specifieke factoren leiden tot disfunctioneren. En om die reden adviseren wij betrokkene voor het ten laste gelegde volledig toerekeningsvatbaar te achten”.

Het komt de verdediging voor dat hiermee de opvatting van de rechtbank met betrekking tot de toerekeningsvatbaarheid weerlegt is, en er derhalve nimmer TBS opgelegd kan worden aan Dennis.

Dit betreffen de belangrijkste belastende bewijsoverwegingen om tot een veroordeling en tot het opleggen van een maatregel te komen. De verdediging meent dat deze zoals hiervoor betoogd allen zijn onderuit gehaald door de actuele onderzoeken gedaan door de verdediging en toegewezen door uw hof.

Resumerend:

De verdediging verzoekt uw rechtbank:
– Primair: het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de vervolging tegen Dennis Velthuis. De opeenstapeling van vormverzuimen in dit onderzoek, zoals uitgebreid betoogd, moeten vanwege de grove nalatigheden in dit onderzoek tot deze eindconclusie leiden.
– Subsidiair: Dennis vrij te spreken van het ten laste gelegde vanwege het gebrek aan wettig bewijs, maar in ieder geval de overtuiging.

De verdediging heeft zich in deze zaak op momenten meer politieman dan advocaat gevoeld. Vanaf het begin dat de verdediging deze zaak tot me kreeg heeft de verdediging zich verbaasd over de halsstarrige houding van de rechtbank om geen enkel van de door de verdediging verzochte onderzoeken toe te staan. Ze wisten het al wel allemaal, zo leek het. Nog meer heb ik me verbaasd over de opstelling van het Openbaar Ministerie. Er zijn feitelijk aantoonbare onjuistheden omtrent het onderzoek voorgehouden aan de rechtbank. En dit tegen beter weten in. Als dit de wijze van recht bedrijven is in Nederland, dan vraag ik mij oprecht af hoe het binnen het Nederlandse recht is gesteld met de principes van artikel 6 EVRM zoals: recht op een eerlijk proces en equality of arms.

Tot slot zit ik nog met de vraag:
“Zal het Openbaar Ministerie overgaan tot vervolging van Potentiële kandidaat , zeker na alle resultaten van de recente onderzoeken, in het geval dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk wordt verklaard dan wel Dennis wordt vrijgesproken.

We gaan het meemaken.

Amersfoort, 22 juli 2014

J. Peters